Specimen deel IV

Dit deel is gewijd aan Chaim Elietsoer de Leeuwe

Voorblad en specimen van tekst van deel IV.

בבלי תלמוד

Talmoed Bavli

ספר מתנת יעקב תלמוד ברכות פרק ד תפילת השחר

Sefer Matnat Jaäkov Berachot Perek IV TEFILAT HASJACHAR

תפילת השחר

Nederlandse vertaling van de Babylonische Talmoed Tractaat Berachot Hoofdstuk IV

Nederlandse vertaling van Rasji en Kitsoer halachot: kort overzicht van de halachot behorende bij perek IV. Peroesj Mattenat Jaäkov. Commentaar, bijlagen en annotaties.

Met Haskama van de weleerwaarde zeergeleerde Heer

Mijn vriend en leraar Chacham Toledano

Rabbijn en Dajan van de Portugees Israëlitische Gemeente te Amsterdam

Vertaald en bewerkt door: Jacob Nathan de Leeuwe יצחק חיים רבי בן החבר נתן יעקב

zoon van

Hechaveer Rabbi Chaim Jitschak ז”צל

Dit boek is opgedragen aan: זה מוקדש ספר

onze geliefde zoon Chaïm Elitsoer de Leeuwe אליצור חיים לבננו האהוב

ושם אמו אלישבע בת יהודית

©copyright li.el.bv

info@li-el.nl

jacob@li-el.nl

                                              ISBN/EAN 978-90-811936-4-1

Correctie Nederlandse tekst: Hans Abbink

ספר תלמוד בבלי פרק ד מסכת ברכות

בקק”א לעווארדן לשנת תש״ע לפ״ק

ספר תלמוד בבלי פרק ד מסכת ברכות

בקק”א לעווארדן

תפלת השחר עד חצות ריהודה אומר עד דשעות תפלת המנחה עד הערב

Misjna: het ochtendgebed[1] kan men zeggen tot chatsot[2]. Rabbi Jehoeda zegt: tot[3] vier uren (na zonsopgang).[4] Het middaggebed[5] kan men zeggen tot de avond.[6]

רבי יהודה אומר עד פלג המנחה

Rabbi Jehoeda zegt: tot de pelag hamincha.[7]

תפלת הערב אין לה קבע

Het avondgebed heeft geen vaste tijd.[8]


ושל מוספים כל היום (ריהודה אומר עד זשעות)

En het moessafgebed[9] kan de hele dag gezegd worden[10] (Rabbi Jehoeda: zegt tot en met het zevende uur).

גמ’ ורמינהו מצותה עם הנץ החמה כדי שיסמוך גאולה לתפלה

Gemara: men heeft een kritische vraag gesteld.[11] Het gebod[12] is om het Sjema van de ochend te zeggen met zonsopgang opdat de beracha van geöela[13] onmiddellijk wordt gevolgd door het Sjemonee Esree.[14]

ונמצא מתפלל ביום

En op deze wijze zegt men het Sjemonee Esree precies als het dag is geworden.

כי תניא ההיא לותיקין

Want precies zo is in een baraita geleerd over de vatiekien.[15]

הנץ החמה דאר יוחנן ותיקין היו גומרים אותה עם

Want Rabbi Jochanan zei: de vatiekien[16] beëindigden het ochtendgebed bij zonsopgang.

וכע עד חצות ותו לא

Maar iedereen[17] kan het ochtendgebed zeggen tot twaalf uur en niet daarna.

והאמר רב מרי בריה דרב הונא בריה דרירמיה בר אבא אמר רבי יוחנן

Maar zegt niet Rav Mari, de zoon van Rav Hoena, de zoon van Rabbi Jirmeja bar Abba in naam van Rabbi Jochanan het volgende:

טעה ולא התפלל ערבית מתפלל בשחרית שתים שחרית מתפלל

indien iemand zich vergist heeft en het Sjemonee Esree van de avond niet gezegd heeft dan moet men tijdens het ochtendgebed tweemaal het Sjemonee Esree zeggen.[18]

במנחה שתים

(Maar als men het ochtend gebed is vergeten te zeggen moet men dan) tweemaal het Sjemonee Esree (zeggen) tijdens het middaggebed?[19]

כולי יומא מצלי ואזיל

Men mag de hele dag het (vergeten Sjemonee Esree van de ochtend) zeggen.

עד חצות יהבי ליה שכר תפלה בזמנה

Tot twaalf uur overdag komt hem nog de beloning toe voor het op tijd zeggen van het  Sjemonee Esree van de ochtend.

מכאן ואילך שכר תפלה יהבי ליה שכר תפלה בזמנה לא יהבי ליה

Vanaf deze tijd en later krijgt men wel de beloning voor het zeggen van het Sjemonee Esree, maar de beloning voor het op de juiste tijd zeggen van het Sjemonee Esree ontvangt men niet.[20]

איבעיא להו טעה ולא התפלל מנחה מהו שיתפלל ערבית ב

Men heeft een vraag gesteld: indien men zich vergist heeft en vergeten is het Sjemonee Esree van de middag te zeggen, wat dan? Moet men dan het Sjemonee Esree van de avond tweemaal zeggen?


אתל טעה ולא התפלל ערבית מתפלל שחרית במשום דחד יומא הוא דכתיב ויהי ערב ויהי בקר יום אחד

En indien je redeneert in de trant van: iemand heeft zich vergist[21] en het avondgebed niet gezegd, moet men dan het ochtendgebed tweemaal zeggen (in dat geval zou ik antwoorden)

de avond en de ochtend behoren tot één en dezelfde dag want er staat geschreven: “het was avond geworden en het was ochtend geworden, één dag.”[22]

אבל הכא תפלה במקום קרבן היא וכיון דעבר יומו בטל קרבנו

Maar in dit geval hier (van het vergeten middaggebed dat eigenlijk in plaats van het middagoffer is) aangezien hiervan de dag (van het offer en van het tijdstip) verstreken is[23], (omdat het immers avond is geworden en er een volgende dag is aangebroken) wordt het

offer niet meer gebracht (en mutatis mutandis geldt dus ook dat het Sjemonee Esree van de middag niet op de volgende dag, namelijk in de hierop volgende avond uitgesproken kan worden).

או דילמא כיון דצלותא רחמי היא כל אימת דבעי מצלי ואזיל

Of is het misschien zo dat aangezien het gebed een smeken om barmhartigheid is iemand altijd zo lang als hij wil het Sjemonee Esree mag zeggen (ongeacht het tijdstip)?

תש דאמר רב הונא בר יהודה אר יצחק אר יוחנן

Kom en luister naar wat Rav Hoena de zoon van Jehoeda in naam van Rabbi Jitschak volgens (de uitleg) van Rabbi Jochanan zegt:

טעה ולא התפלל מנחה מתפלל ערבית ב

indien men zich vergist heeft en het Sjemonee Esree van het middaggebed is vergeten te zeggen, mag men het Sjemonee Esree tweemaal in de avond zeggen.

ואין בזה משום דעבר יומו בטל קרבנו

En (het principe van) “aangezien de dag verstreken is en dus ook de tijd van het middagoffer” (en dus ook van het Sjemonee Esree van de middag) is (hier) niet (van toepassing).

מיתיבי מעות לא יוכל לתקון וחסרון לא יוכל להמנות מעות

Men maakte hiertegen bezwaar door het volgende vers uit de Tenach (aan te halen): “Dat wat krom is, kan men niet meer recht maken en daar waaraan iets ontbreekt, kan niet meer meegeteld worden.”[24] (Dit kan als volgt worden uitgelegd)[25]


[1] De mitswa om op vaste tijden te bidden is ontstaan nadat de eerste Tempel verwoest was. Voorheen was het de gewoonte dat iedereen bad naar individuele behoefte volgens eigen formulering. Tijdens de Babylonische ballingschap stelde Ezra het Sjemonee Esree, het achttiengebed in. Het aantal keren dat de mens zich tot G-d moest richten diende overeen te komen met de offers die in de tempel werden gebracht. Op de doordeweekse dagen kwam het ochtendgebed, tefilat sjachariet, שחרית תפלת in plaats van het tamied (het dagelijkse offer dat steeds gebracht diende te worden), תמיד קרבן.  In plaats van het middagoffer, kwam het tefilat mincha of middaggebed. Het ochtend- en middaggebed (waarbij steeds in dit werk bedoeld wordt: het Sjemonee Esree) zijn verplicht gesteld door de Tora op basis van het vers: “jullie zullen de Eeuwige dienen etc.”, אלהיכם ה׳ את ועבדתם  (zie Sjemot 23:25) hetgeen door de rabbijnen wordt geïnterpreteerd als een verwijzing naar het dagelijks zeggen van gebeden. Het avondgebed werd door de rabbijnen ingesteld als verwijzing naar het feit dat in de avond in de periode toen de tempel nog bestond, de ledematen en de vetstukken van het offervlees van het middagoffer verbrand werden. Dit kon en mocht in principe tot aan de ochtend duren. Het avondgebed is derhalve niet verplicht vanuit de Tora (מדאוריתא)(midoraita) maar ingesteld door de rabbijnen (מדרבנן)(miderabbanan).

Ter herinnering aan het moessafoffer, het toegevoegde offer, het מוסף קרבן dat op Sjabbat en op Rosj Chodesj (nieuwe maansfeest) en op de feestdagen gebracht werd, is het moessafgebed, tefilat moessaf, מוסף תפלת ingesteld. Het Sjemonee Esree bestond oorspronkelijk uit achttien zegenspreuken, berachot, ברכות. Vandaar de benaming achttiengebed. Doch door Rabban Gamliël II werd een negentiende beracha ingesteld: תקוה תהי אל ולמינים “en mogen de ketters geen hoop hebben” die voornamelijk bedoeld was om G-ds hulp af te smeken ter bescherming tegen ketterse stromingen die zich tegen het jodendom richtten en via zedelijke ondermijning door andere uitheemse zeden en aan de Hellenistische wijsbegeerte ontleende opvattingen en gedragingen het Jodendom trachtten te vernietigen.

Later werd (door hardnekkige vooroordelen van andersdenkenden dat deze bede tegen henzelf gericht zou zijn en  niet zozeer tegen hun pogingen om het jodendom van binnenuit te vernietigen) dit veranderd in: תקוה תהי אל ולמלשינים en laat U de lasteraars geen hoop koesteren.

Het normale Sjemonee Esree bestaat uit drie inleidende berachot waarin G-d geprezen wordt en waarin verwezen wordt naar onze aartsvaders, naar de herleving der doden en naar G-ds bijzondere heiligheid. Dit gedeelte van het Sjemonee Esree wordt ook wel sjewach, שבח  hulde of lofprijzing genoemd.

Vervolgens komen de middelste twaalf berachot ten behoeve van gemeenschappelijke en individuele noden aan de orde. Dit tweede gedeelte van het Sjemonee Esree wordt ook wel bakasja, בקשה, bede of gebed genoemd.

Vervolgens komen de drie afsluitende berachot die G-d prijzen wegens het goede dat Hij ons dagelijks schenkt aan de orde. Dit laatste gedeelte van het Sjemonee Esree wordt ook wel hodaja, הודיה dankzegging genoemd.

Met ochtendgebed (sjachariet), bijgevoegd gebed (moessaf), middaggebed  (mincha) en avondgebed (maäriev) wordt het Sjemonee Esree, het achttiengebed of tefila bedoeld. Het Sjemonee Esree wordt ook wel amida genoemd (van het werkwoord לעמוד  , staan), omdat dit gebed staande wordt uitgesproken. Het Sjemonee Esree is bovendien door onze geleerden op feestdagen en Rosj Chodesj ingekort wat aantal berachot betreft. De middelste twaalf berachot werden vervangen door één speciale beracha over de aard van de specifieke feestdag. Op de dagen dat tefilat moessaf wordt gezegd, bestaat het Sjemonee Esree overigens slechts uit zeven berachot en het tefilat moessaf (moessafgebed) op Rosj Hasjana, joods nieuwjaarsfeest, השנה ראש bestaat uit negen berachot.

Nadat de eerste drie perakiem, פרקים, hoofdstukken van het tractaat, masechet, מסכת berachot, ברכות zich voornamelijk bezighielden met het Sjema wordt in de Misjna in perek vier en vijf voornamelijk gesproken over de voorschriften van het Sjemonee Esree.

[2] חצות Chatsot: dit is midden overdag twaalf uur of middernacht twaalf uur. De dag wordt in de talmoedische optiek ingedeeld in vierentwintig uren, waarvan zes uren vanaf zonsopgang tot midden overdag twaalf uur en van hier tot zes uur ’s avonds: deze periode definieert de Talmoed als dag. De periode van zes uur ’s avonds tot twaalf uur ’s nachts en dan van twaalf uur ’s nachts tot zes uur

’s ochtends definieert de Talmoed als nacht. Al naar gelang het winter of zomer was, zijn de uren overdag en ’s nachts korter of langer. Dit wil zeggen: de duur  van een uur is vanuit de Talmoed gezien geen absolute tijdseenheid, maar een relatieve tijdseenheid en dus  korter of langer dan zestig minuten. Het tijdsbegrip is in de Talmoed al relatief!

Was het winter dan waren de dagen kort, dus ook de twaalf uren overdag duurden korter dan zestig minuten maar ’s avonds waren de uren langer dan zestig minuten. Het omgekeerde gold voor de zomer. Zie hierover in deel I van deze serie.

[3] In Berachot 26b en 27a wordt gediscussieerd of er met עד, tot of tot en met wordt bedoeld. Met andere woorden: of het Sjemonee Esree van de ochtend tot of tot en met het vierde uur na zonsopgang gezegd mag worden. De periode van een uur is in de Talmoed altijd de duur van ééntwaalfde van de dag(licht)periode of ééntwaalfde van de nachtperiode.

[4] Zie halacha 1; Rambam Hilchot Tefila 3:1 en Orach Chajiem 89:1.

[5] De begintijden van het ochtendgebed en het middaggebed worden niet specifiek in de Misjna genoemd. De reden hiervan is dat zowel het ochtendgebed (het Sjemonee Esree) als het Sjemonee Esree van de middag (minchagebed) gerelateerd zijn aan de offers waarvoor ze in de plaats zijn gekomen. Het ochtendoffer mocht gebracht worden vanaf zonsopgang, ergo geldt hetzelfde voor het zeggen van het Sjemonee Esree van het ochtendgebed. Het middagoffer mocht gebracht worden vanaf zeseneenhalf uur na zonsopgang dus vanaf twaalf uur dertig. Dit is dan ook de begintijd van het  Sjemonee Esree van de middag. Volgens Orach Chajiem (OC 233:1) is echter de beste tijd om het minchagebed te zeggen rond negeneneenhalf uur (dus vijftien uur dertig) na zonsopgang, omdat in de praktijk op dat tijdstip  in de periode toen de Tempel nog bestond pas het minchaoffer werd gebracht.

[6] Tot het donker wordt. Dit is tot de opkomst van drie middelgrote sterren.

[7] המנחה פלג Pelag hamincha letterlijk “de helft van de mincha” dit is de periode van tien driekwart uur na zonsopgang (vanaf zestien uur vijfenveertig) tot het eind van het twaalfde uur na zonsopgang (achttien uur). Deze term wordt uitgelegd in Berachot 26b.

[8] De hele avond kan men het avondgebed (Sjemonee Esree) zeggen. En in de Talmoed wordt uitgelegd wat de betekenis van de uitdrukking קבע לה אין is.

[9] Ook in dit geval vermeldt de Misjna geen begintijd van het zeggen van het tefilat moessaf. Ook deze tijd kan echter gededuceerd worden. Aangezien het moessafoffer op zijn vroegst gebracht werd na het sjacharietoffer (ochtendoffer) geldt dit dus ook voor wat betreft het zeggen van het moessafgebed, namelijk direct na het zeggen van het ochtendgebed.

[10] Tosefot (de leerlingen van Rasji) zeggen het volgende:

תפלת השחר עד חצות וכו’ תפלת המנחה עד הערב. וא”ת אמאי לא קתני גבי תפלת המנחה כל היום כמו גבי תפלת המוספין וי”ל דזמן מוספין הוא כל היום אפילו משחרית שהרי קרבנות יכול להקריב מיד אחר התמיד א”כ גם תפלת מוספין יכול להתפלל מיד מן הבקר מה שאין כן במנחה (ב) אלא משש שעות ומחצה והכי נמי בפ”ק דע”ג (ד’ ד en indien je zegt waarom wordt er ook niet geleerd bij het minchagebed dat men dit de hele dag kan zeggen (zoals bij het moessafgebed)? Want men zegt dat de tijd van het moessafgebed de hele dag is, zelfs in de ochtend. Want de moessafoffers kon men meteen brengen na het ochtendoffer en daarom kon men het moessafgebed direct na het ochtendgebed zeggen wat niet het geval was bij het middagoffer. Dit kon immers pas zeseneenhalf uur na zonsopgang gebracht worden (vanaf twaalf uur dertig in de middag). Daarom kan het middaggebed pas vanaf diezelfde tijd gezegd worden. Zie ook verder in Berachot 26a.

[11] Deze bovenstaande Misjna wordt tegen het licht van de volgende baraita uit Tosefta 1:4 gehouden.

[12] Volgens Rasji:

מצותה. של קריאת שמע

Het is het gebod etc.: om het Sjema te reciteren.

[13] De beracha ישראל גאל “Hij, die Israël bevrijdt etc.” is de slotberacha na het Sjema en dient onmiddellijk gevolgd te worden door het Sjemonee Esree.

[14] Zie halacha 2.

[15]ותיקין Letterlijk: de ouden. Dit zijn degenen die de mitswa zo nauwkeurig mogelijk trachtten uit te voeren en dit geldt zeker voor wat betreft het aanvangstijdstip van de mitswa.

[16] Volgens Rasji:

לותיקין. המקדימין למצות ומחזרים לעשות דבר בזמנו ומצותו מקדימים לאחר הנץ החמה להתפלל וכי תנן במתני’ למאחרים שלא יאחר יותר מחצות שמשם ואילך עבר הזמן

De vatiekien: deze deden hun plicht als het ware zo vroeg mogelijk en zij waren zo devoot dat zij de geboden precies op de vastgestelde tijd uitvoerden en zo is ook het gebod om het Sjema (bij het eerste ochtendgloren) te reciteren) en direct daarna het Sjemonee Esree uit te spreken bij zonsopgang. En zo hebben we ook eerder in de Misjna geleerd dat men het Sjemonee Esree niet later dan twaalf uur (overdag) uitspreekt, want daarna is de tijd hiervoor verstreken.

[17]Volgens Rasji:

וכולי עלמא. שאר המתפללין המאחרין עד חצות יכולין לאחר ותו לא

En iedereen etc.: de overige mensen zeggen het Sjemonee Esree later tot twaalf uur overdag en niet daarna.

[18] Zie halacha 4. Rambam Hilchot Tefila 3:6-8.

[19] במנחה. היינו אחר חצות

Tijdens het middaggebed: dit wil zeggen na twaalf uur ’s middags (terwijl de tijd voor het zeggen van het middaggebed om half één begint).

[20] Zie halacha 3. Zie Rambam Hilchot Tefila 3:1 en Orach Chajiem 89:1.

[21] Volgens Rasji:

אם תימצי לומר. כלומר אם תשיבני בשאלתי ממה שאמרנו טעה ולא התפלל ערבית וכו’

En indien je redeneert in de trant van etc.: dit wil zeggen: indien je mijn vraag zou beantwoorden in de trant van wat we (eerder) gezegd hebben, namelijk: heeft men zich vergist en heeft men het avondgebed niet gezegd etc.

[22] Beresjiet 1:5. De dag begint altijd volgens de joodse traditie in de avond. Ook de Sjabbat en de feestdagen beginnen altijd op respectievelijk vrijdagavond en de avond tevoren.

[23] Volgens Rasji

וכיון דעבר יומו בטל קרבנו. ואינו מקריבו ביום אחר אם זמנו קבוע כגון מוספים של כל יום ויום aangezien hiervan de dag (en het tijdstip) verstreken is etc.: en men kan het moessafoffer niet meer op de andere (volgende) dag brengen. Het tijdstip immers ligt hiervoor vast, hetgeen geldt voor de moessafoffers en de (dagelijkse offers) van iedere dag (en men kan dus geen tweede vervangend moessafoffer de volgende dag brengen).

[24] Zie Kohelet 1:15 מְעֻוָּת, לֹא-יוּכַל לִתְקֹן; וְחֶסְרוֹן, לֹא-יוּכַל לְהִמָּנוֹת “iets wat krom is, kan niet meer recht gemaakt worden en dat wat ontbreekt, kan er niet meer bijgeteld worden.” In Chagiga 9a wordt er gewag van gemaakt dat hier sprake is van het geval van een man die een verboden relatie had (met een gehuwde vrouw) waaruit een mamzer, een bastaard is geboren. Dit kan nooit meer teruggedraaid worden en heeft verregaande, generaties overstijgende, consequenties. Zie hiervoor Dewariem 23:3 en Jebamot 49a-b, 69a, 87b, 87b; tevens Kidoesjien 67b en 73a.

[25] Zie halacha 5. Rambam Hilchot Tefila 3:1.