Berachot perek V

Gerard Taieb geliefde zwager en inspirator van Jacob de Leeuwe

Deel V is gewijd aan mijn dierbare zwager Gerard, “Motti” Taieb wiens naam met dit Talmoed deel verbonden is.

Moge zijn ziel gebundeld worden in de kroon der zielen om Gods troon.

בבלי תלמוד

Talmoed Bavli

 


 

Sefer Matnat Jaäkov Berachot Perek V  EEN OMEDIEM אין עומדין

 

 

Nederlandse vertaling van de Babylonische Talmoed Tractaat Berachot Hoofdstuk V

Nederlandse vertaling van Rasji. Kitsoer halachot: kort overzicht van de halachot behorende bij perek V. Peroesj Mattenat Jaäkov. Commentaar en bijlagen en annotaties.

 

Door:              Jacob Nathan de Leeuwe יצחק חיים רבי בן החבר נתן יעקב zoon van

Hechaveer Rabbi Chaim Jitschak ז”צל

 

Dit boek is gewijd aan: זה ספר

 

onze geliefde broer  en schoonbroer מוקדש לזכרו של בעלי אבינו אחינו וגיסנו האהוב

GERARD TAIEB ז”צל טייב ג׳רר מוטי בן שמואל ואיבון

 

 

©copyright li.el.bv

info@li-el.nl

jacob@li-el.nl

 

ISBN/EAN 978-90-811936-5-8

Correctie Nederlandse tekst: Hans Abbink

 

 

(De Misjna zet uiteen met welke instelling men moet bidden)

איןעומדין להתפלל אלא מתוך כובד ראש

Men gaat slechts dan bidden wanneer men hiervoor de (juiste houding van) eerbied heeft.

הראשונים היו שוהיןשעה אחת ומתפללין חסידים

De vrome mensen van vroeger waren gewoon een uur te wachten voordat ze gingen bidden.

כדי שיכוונו לבם לאביהם שבשמים

Zodat dezen hun harten konden richten op hun Vader in de hemel.

‘ המלךשואל בשלומו לא ישיבנו אפי

Zelfs wanneer de koning informeert naar iemands welstand (als men het Sjemonee Esree aan het zeggen is) mag men geen antwoord geven.

ואפי’ נחש כרוך על עקבו לא יפסיק

En zelfs wanneer een slang zich om zijn hiel kronkelt dan mag men niet stoppen (met het zeggen van het Sjemonee Esree).

מנאה”מ גמ

Gemara: vanwaar (uit de tenach) zijn deze woorden (te leren, namelijk dat men met de juiste eerbiedige houding jegens G-d het Sjemonee Esree moet zeggen)?

א”ר אלעזר דאמר קרא והיא מרת נפש

Rabbi Elazar zei: want in de tenach staat: “en zij was bitter van gemoed etc.”

ממאי Vanwaar (weet je dit)?

דילמא חנה שאני

Misschien is het in het geval van Channa anders.


דהותמרירא לבא טובא

Want zij was erg bitter van gemoed (en dit bewijst dus niet dat men op zulk een wijze het Sjemonee Esree moet zeggen).

אלא א”ר יוסי בר’ חנינא

Maar Rabbi Jossi de zoon van Rabbi Chanina zegt:

מהכא(dit wordt) hiervandaan afgeleid:

ואני ברב חסדך אבאביתך אשתחוה אל היכל קדשך ביראתך

“en wat mij betreft, door Uw overvloedige liefde zal ik Uw huis betreden en ik zal mij neerbuigen in de richting van Uw gewijde heiligdom, met ontzag voor U.”

ממאי Vanwaar (weet je dit)?

דילמא דוד שאני

Misschien is het in het geval van Davied anders.

דהוהמצער נפשיה ברחמי טובא

Want hij (Davied) kwelde zijn gemoed bovenmatig om genade af te smeken.

אלא אמר ר’ יהושע בן לוי מהכא

Maar Rabbi Jehoshoea ben Levie zegt: dit (namelijk dat men met de juiste eerbiedige instelling het Sjemonee Esree moet zeggen wordt) hiervandaan afgeleid:

השתחוולה’ בהדרת קדש

“werpt jullie jezelf neer voor de Eeuwige in prachtige kledij”

אל תקרי בהדרת אלא בחרדת

Lees niet: behadrat kodesj in prachtige kledij maar becherdat kodesj: in gewijd ontzag.

ממאי Vanwaar (weet je dit)?

דילמא לעולם אימאלך הדרת ממש

Misschien is het wel zo dat het werkelijk in prachtige kledij is (en dat men zo het Sjemonee Esree moet zeggen).

כי הא דרב יהודה הוה מציין נפשיה והדר מצלי

Want Rav Jehoeda was gewoon zich te onderscheiden voordat hij ging bidden.


אלא א”רנחמן בר יצחק מהכא

Veeleer zei Rabbi Nachman de zoon van Jitschak leren we het van hier:

עבדו את ה’ ביראה וגילו ברעדה

“dien de Eeuwige met ontzag en verheug je met trillende (ledematen).”

מאי וגילו ברעדה

Wat betekent: “verheug je met trillende (ledematen)”?

א”ר אדא בר מתנא אמר רבה

Rabbi Ada de zoon van Mattena zei in naam van Rav:

במקום גילה שם תהא רעדה

Op een plaats waar vreugde is moet trillen (van de ledematen zijn uit ontzag voor G-d).

אביי הוהיתיב קמיה דרבה

Abaje zat voor Rabba:

חזייה דהוה קא בדח טובא

En hij zag dat hij (Rabba) in een goed humeur was.

אמר וגילו ברעדה כתיב

Hij zei: er staat geschreven: “wees verheugd met trillen (met trillende ledematen uit ontzag voor G-d).”

א”ל אנא תפילין מנחנא

Hij antwoordde: ik ben bezig met het leggen van tefilien.

ר’ ירמיה הוה יתיב קמיה דר’ זירא

Rabbi Jirmeja zat voor Rabbi Zeira

חזייה דהוה קאבדח טובא

En hij zag dat deze een zeer goed humeur had.

אמר ליה בכל עצב יהיה מותר כתיב

Hij sprak tot hem: er staat geschreven “in alle zorgen is blijdschap.”

א”ל אנא תפילין מנחנא

Hij antwoordde hem: ik draag tefilien.

מר בריה דרבינא עבד הלולא לבריה

Mar de zoon van Ravina maakt een huwelijksfeest voor zijn zoon.

חזנהו לרבנן דהוו קבדחי טובא

Toen hij zag dat de rabbijnen die op het feest waren bijzonder vrolijk werden,

אייתי כסא דמוקרא בת ארבע מאה זוזי ותברקמייהו

haalde hij een kostbaar drinkglas (ter waarde van) van vierhonderd zoez en brak dit in hun aanwezigheid.

ואעציבו

En vervolgens voelden zij zich bedrukt.

רב אשי עבד הלולא לבריהחזנהו לרבנן דהוו קא בדחי טובא

Rav Asji hield een huwelijksfeest voor zijn zoon. Hij zag dat de rabbijnen wel heel erg vrolijk waren.


אייתי כסאדזוגיתא חיורתא

Vervolgens haalde hij een wit glas tevoorschijn

ותבר קמייהו ואעציבו

en brak dit in hun aanwezigheid, waarop zij bedrukt werden.

אמרו ליה רבנן לרב המנונא זוטי בהלולאדמר בריה דרבינא

De rabbijnen zeiden tot Rav Hammenoena Zoeti gedurende het huwelijksfeest van Mar de zoon van Ravina:

לישרי לן מר

laat de meester voor ons zingen.

אמר להו ווילן דמיתנן ווי לן דמיתנן

Hij sprak tot hen: wee ons dat wij moeten sterven, wee ons dat wij moeten sterven.

אמרי ליה אנן מהנעני בתרך

Zij zeiden tot hem: wat moeten we nu hierop antwoorden?

א”ל הי תורה והי מצוה דמגנועלן

Hij sprak tot hen: (zing) waar is de Tora en waar zijn de mitswot die ons kunnen beschermen?

א”ר יוחנן משום רשב”י אסור לאדםשימלא שחוק פיו

Rabbi Jochanan zei in naam van Rabbi Sjimon ben Jochai: het is verboden voor een mens dat hij volmondig lacht

בעולם הזה שנאמר אזימלא שחוק פינו ולשוננו רנה

in deze wereld, want er staat geschreven: “dan zullen wij volmondig lachen en zal onze taal louter vreugde uiten.”

אימתי בזמןשיאמרו בגוים הגדיל ה’ לעשות עם אלה

Wanneer (is het dan wel een geschikte tijd om volmondig te lachen)? Ten tijde “wanneer onder de volkeren gezegd wordt: G-d heeft groots met dezen gehandeld”.

אמרו עליו על ר”ל שמימיו לא מלא שחוקפיו בעוה”ז

Men zei dat Resj Lakisj (in verband hiermee) nooit lachte in die tijd (omdat de Tempel nog niet herbouwd was)

מכי שמעה מר’ יוחנן רביה

vanaf het moment dat hij dit dictum hoorde van zijn leraar Rabbi Jochanan.

ת”ראין עומדין להתפלל לא מתוך דין ולא מתוךדבר הלכה אלא מתוך הלכה פסוקה והיכידמי הלכה פסוקה

Men moet niet het Sjemonee Esree gaan zeggen wanneer men net in een civiele zaak is betrokken of zich net heeft bezig gehouden met een halachische kwestie, maar wel (men kan het Sjemonee Esree wel zeggen) wanneer men zich bezig heeft gehouden met een duidelijke eenvoudige halacha. En wat is dan zoal een eenvoudige halachische zaak?

אמר אביי כי הא דר’ זיראדאמר ר’ זירא בנות ישראל החמירו עלעצמן

Abaje zei: zulk een zaak als bij Rabbi Zeira want Rabbi Zeira zei: joodse vrouwen passen voor wat betreft henzelf een strenge norm toe (in halachische kwesties).

שאפילו רואות טיפת דם כחרדליושבת עליה שבעה נקיים

Want zelfs indien ze slechts een druppeltje bloed zien(na hun maandelijkse periode van menstruatie die gemiddeld zeven dagen duurt) zo groot als een mosterdzaadje dan wachten zij daarna nog zeven dagen (zonder dat ze vloeien) (voordat zij zich onderdompelen in een mikva).

רבא אמר כי האדרב הושעיא דאמר רב הושעיא מעריםאדם על תבואתו ומכניסה במוץ שלה

(Een ander voorbeeld van een makkelijke halacha na welks studie men het Sjemonee Esree kan zeggen).

Rava zei: Zulk (een halacha) zoals die verteld is door Rabbi Hosjana. Want Rabbi Hoshaja zegt iemand mag een uitweg toepassen met betrekking tot zijn graanoogst en mag deze graanoogst (in zijn privé domein) binnenshuis brengen wanneer het kaf nog van het koren gescheiden moet worden

כדישתהא בהמתו אוכלת ופטורה מן המעשר

Zodat zijn veestapel hiervan kan eten terwijl men echter nog is vrijgesteld van (het afzonderen van) het eerste tiende, de maäseer.

ואב”א כי הא דרב הונא דא”ר הונא א”רזעירא

En indien je wilt het volgende (voorbeeld van een eenvoudige halacha zoals) van Rav Hoena, want Rav Hoena zegt in naam van Rav Zeira:

המקיז דם בבהמת קדשים אסורבהנאה ומועלין בו

wanneer iemand een ader laat bij gewijde dieren dan is het verboden hiervan gebruik te maken en moet men hiervoor een meïla, een schuldoffer brengen.


(De Talmoed geeft voorbeelden van de rabbijnen die volgens het voorschrift van de Misjna en volgens het voorschrift van de baraita zich op een goede manier voorbereiden op het Sjemonee Esree).

רבנן עבדי כמתניתין רבאשי עביד כברייתא

De rabbijnen handelden in overeenstemming met onze Misjna en Rav Asji handelde in overeenstemming met de baraita.

ת”ר אין עומדיןלהתפלל לא מתוך עצבות ולא מתוך עצלותולא מתוך שחוק

Onze rabbijnen hebben geleerd in een baraita: men moet geen Sjemonee Esree bidden als men in rouw is noch wanneer men in een lakse bui verkeert noch wanneer men in een lacherige bui is.

ולא מתוך שיחה ולא מתוךקלות ראש ולא מתוך דברים בטלים אלאמתוך שמחה של מצוה

Noch wanneer men een gesprek heeft gevoerd noch in een lichtzinnige bui, noch na lege woorden maar wel in een blijmoedige stemming wegens het vervullen van een mitswa.

וכן לא יפטר אדםמחברו לא מתוך שיחה ולא מתוך שחוק ולאמתוך קלות ראש

Dienovereenkomstig moet iemand geen afscheid van zijn vriend nemen wanneer men een onbeduidend gesprek heeft gevoerd of grapjes heeft gemaakt of lichtzinnige dingen besproken heeft.


Zie halacha 1.

Men gaat slechts dan het Sjemonee Esree zeggen indien etc.

Eerbied, dit wil zeggen: eerbied voor G-d. Letterlijk betekent כובד ראש (vanuit) hardheid (ernst) van het hoofd in tegenstelling tot ראש קלות licht(zinnigheid) van het hoofd.

Volgens Rasji: הכנעהראשכובדMet een zwaar hoofd (letterlijk) etc.: dit wil zeggen met nederigheid.

De zogenaamde vatiekien qv eerder.

Met wachten wordt niet letterlijk wachten bedoeld, maar voorbereiden: wanneer men het ochtendgebed begint te bidden duurt het in het algemeen een half uur voordat men bij het Sjemonee Esree is aangekomen. De voorbereiding voor het Sjemonee Esree vormen de ochtend zegenspreuken, en de talloze Tehiliem, de דזמרהפסוקי die men zegt om zichzelf te verheffen totdat men als het ware geprepareerd is om het Sjemonee Esree te zeggen. Vandaar dat men zachtjes het Sjemonee Esree inleidt met de woorden uit Tehila 51:17 אֲדֹנָי שְׂפָתַי תִּפְתָּח    וּפִי יַגִּיד תְּהִלָּתֶךָ “Heer open mijn lippen opdat deze uw lof mogen verkondigen.”

Volgens Rasji: במקום שבאו להתפלל שוהין שעהאחתZij waren gewoon een uur te wachten etc.: namelijk (zij wachtten met bidden) wanneer zij gekomen waren op de plek om te bidden (de synagoge).

Zie Sjemoeël א1:10 וְהִיא מָרַת נָפֶשׁ וַתִּתְפַּלֵּל עַל-יְהוָה וּבָכֹה תִבְכֶּה “en zij (Channa) was bitter van gemoed en zij bad tot de Eeuwige en vergoot bittere tranen.” Channa was helemaal niet in een lichtzinnige bui voordat ze tot G-d bad, maar ze had groot verdriet en goot haar tranen uit voor G-d en bad om een zoon.

Volgens Rasji: מתוך יראה אשתחוה אל היכל קדשךביראתך“Ik zal mij neerbuigen in de richting van Uw gewijde heiligdom met ontzag voor U.” (Dit wil zeggen) in grote vrees.

Zie Tehila 5:8 וַאֲנִי בְּרֹב חַסְדְּךָ אָבוֹא בֵיתֶךָ אֶשְׁתַּחֲוֶה אֶל-הֵיכַל-קָדְשְׁךָ בְּיִרְאָתֶךָ Dit zijn de woorden van Davied die aangeven met welk gemoed Davied zijn gebed placht te zeggen.

Davied zegt namelijk ואני“en wat mij betreft”. Dit geldt dus voor Davied en deze norm legt hij niet aan anderen op (zie Maggied Taäloema).

Tehila 29:2 Hier richt koning Davied zich tot iedereen in tegenstelling tot Tehila 5:8 waarin hij zijn eigen gemoedstoestand, voor het zeggen van het Sjemonee Esree, beschrijft.

In gewijde pracht wil zeggen: met mooie kleren aan.

Volgens Rasji: מקשט עצמו בבגדיו מציין נפשיה

Hij (Rav Jehoeda) onderscheidde zich etc.: hij trok mooie kleding aan.

Zie halacha 2

Volgens Rasji: תפלה שהיא לנו במקוםעבודה עשו אותה ביראה ביראה עבדו את ה

Dien de Eeuwige met ontzag etc.: een gebed (het Sjemonee Esree) dat men in plaats van een offer brengen zegt, moet men met ontzag uitspreken.

Tehiliem 2:11.

Volgens Rasji: יותר מדאי ונראהכפורק עול דהוהקא בדח טובא

Dat hij (Rabba) een zeer goed humeur had etc. (Namelijk) zo’n goede bui dat het leek alsof Rabba het (hemelse) juk van zich had afgeworpen. (Daarom was Rabba gedwongen hierover een opmerking te maken).

Abaje.

Rabba, zijn leermeester.

Abaje was volgens Rabbenoe Jona zo verheugd omdat hij zo ziek was geweest. Hij kon namelijk tijdens zijn ziekte geen tefilien leggen.

Dus ik ga niet te ver in mijn uitbundigheid.

Rabbi Zeira.

Rabbi Jirmeja.

Volgens Rasji: כשאדם מראהאת עצמו עצב יהיה לו שכר בכלעצב יהיה מותר

“In alle zorgen is blijdschap” etc.: wanneer een mens in grote zorg verkeert (ter voorbereiding van bijvoorbeeld een mitswa) zal hem een beloning ten deel vallen.

Zie Misjlee 14:23.

Volgens Rasji: והםעדות שממשלת קוני ומשרתו עלי תפילין מנחנא

Ik draag tefilien etc.: en deze vormen het getuigenis dat ik (G-d) zijn heerschappij op mij heb genomen en dat ik Hem dien.

Volgens Rasji. כוס של זכוכית לבנה כסא דמוקרא Een kostbaar glas etc.: een wit (kristallen) glas.

Volgens Rasji. שירה לישרי לן מר Laat de meester voor ons zingen etc.: een (bruilofts)lied.

Volgens Rasji היכן התורה שעסקנו והיכן המצות שאנומקיימין שיגינו עלינו מדינה של גיהנם היתורה והי מצוה דמגנו עלן

Waar is de Tora en waar zijn de mitswot etc.: hiervoor is de Tora waarmee we ons hebben bezig gehouden en hiervoor zijn de mitswot die we vervuld hebben en die ons zullen beschermen voor Ge Hinnom.

Door het leren van Tora en door het verrichten van de mitswot uit de Tora wordt voorkomen dat onze dood om niet is en dat we afdalen in het Ge Hinnom. Bovendien beschermt het leren van Tora en het nakomen van mitswot ons tegen zonden.

Zie halacha 3. Orach Chajiem 560:5

Tehiliem 126:2. אָז יִמָּלֵא שְׂחוֹק פִּינוּ וּלְשׁוֹנֵנוּ רִנָּהאָז יֹאמְרוּ בַגּוֹיִם הִגְדִּיל יְהוָה לַעֲשׂוֹת עִם-אֵלֶּה.

In Taäniet 5a wordt de vervulling van deze profetie van koning Davied en de daarin vervatte פרסומי ניסה, de zichtbaarheid van (G-ds) wonderen, in verband gebracht met een profetie van Elisja uitgesproken in Melachiem ב 8:1 die luidt:

וֶאֱלִישָׁע דִּבֶּר אֶל-הָאִשָּׁה אֲשֶׁר-הֶחֱיָה אֶת-בְּנָהּ לֵאמֹרקוּמִי וּלְכִי אתי (אַתְּ) וּבֵיתֵךְ וְגוּרִי בַּאֲשֶׁר תָּגוּרִי

כִּי-קָרָא יְהוָה לָרָעָב וְגַם-בָּא אֶל-הָאָרֶץ שֶׁבַע שָׁנִים

“En Elisja sprak tot de vrouw wier zoon hij had doen herleven als volgt: sta op en ga weg, jij en je gezin en ga je ergens anders vestigen want G-d heeft een hongersnood afgekondigd die over het land zal komen gedurende zeven jaren.”

We leren in Taaniet 5a dat deze hongersnood gerealiseerd wordt in de dagen van de profeet Joël de zoon van Petoël en dat zich in die tijd een wonder voltrok (nadat eerst de hongersnood zeven jaren geheerst had en vier soorten sprinkhanen het land totaal hadden kaalgevreten). In het zevende jaar van de hongersnood toen zelfs de maand Adar (in de lente) verstreken was en het nog steeds niet geregend had, begon het op de eerste Nisan te regenen waardoor de aarde doordrenkt werd met water en geschikt was geworden om in te zaaien. Doch de Jisraëlieten hadden nog een handje vol koren dat nog net genoeg was om in leven te blijven en niet te sterven. Ondanks dat, zei de profeet Joël: “zaait wat je hebt.” Toen nu de Jisraëlieten gezaaid hadden, geschiedde een wonder en werden kleine hoeveelheden tarwe en gerst zichtbaar die in de holletjes van de graanschuren en de mierennesten waren overgebleven zodat ze net genoeg graan hadden om in leven te blijven. (Dit wonder geschiedde omdat de Jisraëlieten in het woord van de profeet Joël die het woord van G-d verkondigde, vertrouwen hadden). Vervolgens zaaiden de Jisraëlieten op de tweede, de derde en de vierde Nisan en begon het op de vijfde Nisan wederom te regenen. Op de zesde Nisan begon het graan op te komen en op de zestiende Nisan was de oogst gereed (!) en werd de omer, het gerstoffer voor de priesters gebracht. Wat normaal pas na zes maanden groei en vervolgens oogst gebracht kon worden, gebeurde nu in elf dagen! Daarom zegt Taäniet 5a dat op deze generatie van toepassing zijn de woorden uit Tehila 126.

הַזֹּרְעִים בְּדִמְעָה   בְּרִנָּה יִקְצֹרוּ“Degenen die zaaien met de tranen op hun wangen zullen met blijdschap oogsten.”

Volgens sommige geleerden is het verbod van Rabbi Jochanan om luidkeels te lachen omdat de Tempel nog steeds niet herbouwd is en dat er daarom een zekere vorm van rouw is bij het joodse volk.

Hij lachte niet in deze wereld wil zeggen: hij lachte nooit luidkeels om wereldlijke zaken.

Zie halacha 4; Orach Chajiem 93:3.

Volgens Rasji שאינהצריכה עיון שלא יהא מהרהר בה בתפלתו הלכה פסוקה

Een eenvoudige halacha etc.: die ons geen kopzorgen baart en waarvoor het niet nodig is dat we daarover nog in gedachten verzonken zijn tijdens het Sjemonee Esree.

Zie Nida 66a.

Zie halacha 5; Joree Dea 182.

Volgens Rasji לבד מאותו יום שפוסקת והתורה לאהצריכה ז’ נקיים אלא לזבה יושבת עליה ז’ נקיים

Dan wachten zij (onthouden zij zich van gemeenschap) hierom nog zeven dagen etc.: de Tora vindt het niet noodzakelijk, behalve op dezelfde dag dat (de vrouw) een druppel bloed zag, zich te onthouden (van geslachtsgemeenschap of lichamelijk contact met de man). Maar wel (is onthouding van zeven dagen verplicht uit de Tora) ten gevolge van bloed veroorzaakt door een vloeiing anders dan door menstruatie.

שנאמרואם טהרה מזובה ואין זבה אלאהרואה שלשה ימים רצופין בתוך י”איום שבין נדה לנדה Want er staat geschreven (Wajikra 15: 28) וְאִם-טָהֲרָה מִזּוֹבָהּ וְסָפְרָה לָּהּ שִׁבְעַת יָמִים וְאַחַר תִּטְהָר “en indien zij rein (tahor) is van haar vloeiing (ziva, anders dan menstruatie dan zal zij zeven dagen tellen en daarna zal zij rein zijn”). En men spreekt (halachisch gezien) niet van een menstruele vloeiing (voorbij de menstruele cyclus עת נדתהבלאvan zeven dagen indien de vrouw gedurende minstens) drie dagen vloeiende afscheiding heeft ( זיוה ימי( (en dus daarna zich zeven dagen dient te onthouden en vervolgens in het mikva teviela moet doen) gedurende die elf dagen (die nog overblijven omdat er nog drie dagen van ziva plaats vonden na de eerste nida van zeven dagen) tussen de ene nida (ongesteldheid) en de volgden nida periode.

De bovenstaande Rasji vergt enige uitleg: volgens het gebod van de Tora dient een man of een vrouw die een vloeiing heeft ten gevolge van een ziekte, bijvoorbeeld gonorroe of een andere venerische ziekte zich, nadat de vloeiing is opgehouden, ook nog eens daarna zeven dagen te onthouden. Daarna op de avond na de zeven dagen van onthouding moesten zij teviela doen voordat men weer elkaar mocht aanraken of geslachtsgemeenschap hebben. Dit vinden wij terug in Wajikra 15:13 en 25. Indien echter een vrouw normale ongesteldheid had ten gevolge van de normale maandelijkse menstruele bloeding dan mogen man en vrouw elkaar gedurende die periode van zeven dagen niet aanraken, noch geslachtsgemeenschap hebben. Indien de vrouw op de zevende dag van de menstruatie nog een druppeltje bloed verloor dan kan ze ’s avonds in het mikva gaan en is ze weer tahor en zijn man en vrouw weer voor elkaar geoorloofd. In dit geval is er dus niet een periode op grond van de torawet van zeven dagen onthouding. Indien nu de vrouw na haar maandelijkse periode van zeven dagen, één dag na die periode weer een druppeltje bloed verloor ter grootte van een mosterzaadje dan beschouwden zij zich als hebbende een vloeiing anders dan door menstruatie of voortzetting van menstruatie en onthielden zij zich althans volgens Rabbi Zeira al zeven dagen omdat zij zich als ziva beschouwden, waarvoor de wet gold die Wajikra 15:13 en 25 vermeld staat. Volgens de torawet moest de vrouw zich echter pas als zava (lijdende aan een vloeiende ziekte) beschouwen indien ze zoals de pasoek zegt in Wajikra 15:25 “vele dagen” vloeide (vele is minimaal drie want: יָמִים is de meervoudsvorm van יום dus minimaal twee en רַבִּים is vele, dus minimaal drie) en waarom niet vier of vijf dagen? Omdat de Sifra uitlegt מהובה לא תפשת תפשת“als je het grotere ding wilt vastgrijpen, grijp je helemaal mis” hetgeen wil zeggen indien de interpretatie van een pasoek twijfelachtig is, neem dan het mindere aan.

וְאִשָּׁה כִּי-יָזוּב זוֹב דָּמָהּ יָמִים רַבִּים בְּלֹא עֶת-נִדָּתָהּ אוֹ כִי-תָזוּב עַל-נִדָּתָהּ  כָּל-יְמֵי זוֹב טֻמְאָתָהּ כִּימֵי נִדָּתָהּ תִּהְיֶה טְמֵאָה הִוא “en de vrouw die een sanguinolente afscheiding heeft gedurende vele dagen voorbij haar menstruele periode (nida periode) dan wel vloeit buiten haar menstruatie om, zal beschouwd worden alsof ze ongesteld is en dus (ritueel) onrein zijn.” En even verder op in Wajikra 15: 28 staat: וְאִם-טָהֲרָה מִזּוֹבָהּ וְסָפְרָה לָּהּ שִׁבְעַת יָמִים וְאַחַר תִּטְהָר

“en indien ze niet meer vloeit en daarvan vrij is, zal ze zeven dagen tellen en daarna zal ze (ritueel) rein zijn.” Rasji merkt op dat uit het feit dat pasoek 25 spreekt van vele dagen dit er minstens drie moeten zijn: על נדתה: מופלג מנדתה יום אחד, זו היא זבה ומשפטה חרוץ בפרשה זו, ולא כדת הנדה, שזו טעונה ספירת שבעה נקיים וקרבן, והנדה אינה טעונה ספירת שבעה נקיים, אלא שבעת ימים תהיה בנדתה בין רואה בין שאינה רואה. ודרשו רבותינו בפרשה זו, אחד עשר יום יש בין סוף נדה לתחלת נדה, שכל שלשה רצופין שתראה באחד עשר יום הללו, תהא זבה: (en wannneer een vrouw een bloederige afscheiding heeft) na haar menstruele cyclus etc.: dit wil zeggen: gescheiden van haar (periode van) menstruele bloeding met één dag, dat is dus een zava (een vloeiing ten gevolge van  bijvoorbeeld een ziekte). En hiervan wordt de wet in deze pasoek afgekondigd: en hierbij is, zoals niet het geval is bij een normale menstruele bloeding, zoals hier het geval (de zava gedola: een vrouw die drie dagen achteréén een bloederige afscheiding heeft) van toepassing het tellen van zeven (dagen) rein zijn (van bloed) en het brengen van een offer (voor haar reiniging). Terwijl de vrouw die een normale menstruele bloeding had (nida was) alleen (volgens de torawet) maar gedurende zeven dagen (haar nidaperiode) (zie pasoek 19) in haar staat van afzondering hoeft te verkeren (of ze nu gedurende al die zeven dagen bloedt of maar een paar dagen bloedt). En onze rabbijnen hebben uit deze pasoek afgeleid (Torat Kohaniem 15:187; Nida 73) als volgt: tussen het eind van de ene periode van nida blijven nog elf dagen (die nog overblijven omdat er nog drie dagen van zava plaats vonden na de eerste nida van zeven dagen) over tussen de ene nida (ongesteldheid) en de volgden nida periode en omdat de vrouw in die periode nog eens drie dagen achtereen een bloederige afscheiding had, wordt ze gezien als een zava gedola, een groter vloeister (die na zeven dagen afzondering ook nog een offer ter reiniging moest brengen).

Hoe komen de rabbijnen nu aan die elf dagen? Van de pasoek Wajikra 15:25 wordt afgeleid dat de extra vloeiing waarvan de Tora zegt dat deze יָמִים רַבִּים “vele dagen” duurde minimaal drie dagen moest aanhouden. Van עַל-נִדָּתָהּ, voorbij haar menstruele periode (nida periode) betekent dat deze drie dagen moeten beginnen één dag na de zeven dagen van de nida periode dus de volgende ochtend nadat de vrouw de avond tevoren in het mikva zich heeft ondergedompeld. Dus de vloeiing van de drie dagen kan dan ophouden op de vierde dag na de nida periode. In pasoek 28 staat dat de vrouw dan zeven dagen moest tellen, dus hiermee hebben we minimaal elf dagen: “א יום שבין נדה לנדהי.

Wanneer dus een vrouw haar normale bloeding wegens een menstruatie heeft wordt ze nida, נדהgenoemd gedurende zeven dagen (inclusief de eerste dag) en dit ongeacht het feit of na de eerste dag nog bloedingen optreden of niet {zie Rasji pasoek 19: תהיה בנדתה: אפילו לא ראתה אלא ראיה ראשונה “(zeven dagen) zal zij nida zijn”etc.: ook al heeft ze alleen maar een eerste bloeding gehad (en daarna niet meer)}. Indien nu de zeven dagen van de nida zijn beëindigd voor zonsondergang, dan mag ze zichzelf op de avond volgende hierop onderdompelen en wordt ze tahor, ritueel rein. Deze zojuist genoemde zeven dagen worden de zeven dagen van nida genoemd: ” ימים נדות ז. De elf dagen die hierop volgende worden חד עשר יום שבין נדה לנדה of זיבה ימי, de elf dagen tussen nida en nida genoemd of de dagen van ziva (niet menstruele vloeiing). Indien in deze dagen geen vloeiing plaatsvindt is de vrouw natuurlijk tahor en indien op of na de twaalfde dag een vloeiing plaatsvindt, wordt dit beschouwd als een menstruele vloeiing en is de vrouw weer nida en geldt de wet van de nida. Indien echter de vloeiing optreedt binnen deze elf dagen dan wordt de vrouw dus niet nida genoemd maar zava en geldt de wet van de zava. Op de eerste dag dat de vrouw zava wordt, heet dit een zava ketana, זוה קטנה een kleine vloeiing. Indien bij zonsopgang de volgende ochtend dit symptoom van vloeiing is verdwenen dan mag de vrouw zichzelf onderdompelen maar wordt ze nog niet als tahor beschouwd, omdat de vloeiing kan terugkeren. Gedurende die dag wordt de vrouw bestempeld als:

יום כנגד יוםשומרת, een vrouw die een dag wacht dit wil zeggen: een dag afwacht terwijl ze gedurende die dag geen vloeiing heeft. Blijft ze nu gedurende die tweede dag nog steeds gevrijwaard van vloeiingen dan is ze in de avond tahor (ritueel rein).

Volgens Rasji. בבית ומכניסה en mag deze graanoogst binnenbrengen etc.: (dit wil zeggen) in zijn huis.

Volgens Rasji.

במוץ שלה. קודם שיזרה אותה שאין מתחייב במעשר מן התורה אלא בראיית פני הבית ומשנמרח בכרי אבל לפני מירוח אין ראיית פני הבית קובעתו דגבי תרומה ומעשר כתיב דגן ראשית דגנך (דברים יח) והוא המירוח לפיכך כשמכניסה לבית קודם מירוח לא הוקבעה למעשר מן התורה ורבנן הוא דאסרו אכילת קבע בדבר שלא נגמר מלאכתו אבל אכילת עראי לא אסרו ומאכל בהמה עראי הוא דתנן במסכת פאה (פ”א מ”ו) מאכיל לבהמה חיה ועוף עד שימרח הלכך בהמתו אוכלת ופטורה אבל איהו אסור באכילת קבע

Wanneer het kaf  nog van het koren gescheiden moet worden (letterlijk: wanneer het graan nog in zijn vlies zit, het graan in zijn kaf is en nog niet gewand is.) etc.: voor dat men het gewand heeft. Want men is pas volgens de torawet verplicht een maäseer, een tiende heffing af te zonderen, wanneer de oogst op de binnenplaats van de hoeve is binnengebracht

(רואה פני הבית roë  pné habajit, letterlijk: de ingang van de hoeve ziet) en gewand is. Maar voordat dit graan gewand is, is er geen sprake van רואה פני הביתroë  pné habajit en is het oogstproces nog niet geheel afgerond (en het graan nog niet klaar voor het afzonderen van de tiende heffing). Want betreffende de priesterheffing (troema) en de tiendenafzondering (maäseer) is geschreven: (zie Devariem 18: 4)

רֵאשִׁית דְּגָנְךָ תִּירֹשְׁךָ וְיִצְהָרֶךָ וְרֵאשִׁית גֵּז צֹאנְךָ תִּתֶּן-לוֹ “het eerste van jullie koren, jullie most en jullie olie en het eerste van uw scheersel van uw kleinvee zullen jullie hem (de priester) geven.”

Dus dit wil zeggen (koren is pas geschikt als gift voor de priester als het koren genoemd kan worden, dus wanneer het hele oogstproces inclusief wannen en dorsen en het koren in de binnenplaats van de hoeve brengen gereed is) inclusief het dorsen van het koren (met een vlegel waarmee men vroeger in een ritmisch zacht geklop met de platte vlegel het koren platsloeg en de halm en de korenaren van elkaar scheidde) immers wanneer men het koren in de binnenplaats van de hoeve brengt voordat het gewand is en gedorst dan is het koren nog niet geschikt voor het afzonderen van de tiende heffing (hoegba lemaäseer) op grond van het toravoorschrift. En onze geleerden hebben verboden een reguliere maaltijd (achielat keva, אכילת קבע) te bereiden uit deze producten waarvan het landbouw- proces (namelijk de oogst) nog niet geheel voltooid is, maar het nemen van een hapje אכילת עראי (bijvoorbeeld bij de druiven of olijven ter toetsing van de kwaliteit van het product) hebben zij niet verboden. Maar het voederen van de dieren zoals rundvee en pluimvee met deze producten, wordt beschouwd als hapje עראי אכילתen dit hebben de rabbijnen niet verboden zie in (Misjna Peá 1:6) waar het voeden van rundvee en kleinvee daarom wordt toegestaan mits het gladmaken van het koren niet geschied is, maar consumptie door de eigenaar van het product (ook al is het nog geen eindproduct) voor een reguliere maaltijd, is verboden. Deze talmoedtekst wordt ook besproken in Pesachiem 9a en Menachot 67b.

Slechts wanneer de graanoogst gewand is (dus het kaf van het koren is gescheiden) dan is het pas geschikt om hiervan een tiende, maäseer af te zonderen volgens het toragebod, beschreven in Devariem 18:4 waarin staat: רֵאשִׁית דְּגָנְךָ תִּירֹשְׁךָ וְיִצְהָרֶךָ וְרֵאשִׁית גֵּז צֹאנְךָ תִּתֶּן-לוֹ

“het eerste van jullie koren, jullie most en jullie olie en het eerste scheersel van jullie kleinvee zullen jullie hem (de priester) geven.”

In het onderhavige geval in de Gemara is dit nog niet het geval en dus mag het vee van deze oogst eten. De eigenaar van het vee evenwel mag in dit geval miderabbanan, volgens het voorschrift van de rabbijnen, de opbrengst van de oogst niet nuttigen voor een complete reguliere maaltijdאכילת קבע . Wel mag hij even van de oogst proeven niet zo zeer ter consumptie, maar meer ten proeve van de rijpheid en de kwaliteit van het product of snack אכילת עראי.

Zie hiervoor halacha 6; Joree Dea 331:84.

Bijvoorbeeld voor het prepareren van medicatie, dus voor medicinale doeleinden. Ook in dit geval is dit bij een gewijd dier voor de offerande niet toegestaan en is dus een meïla, een schuldoffer noodzakelijk.

[44] Dit wil zeggen: dieren die voor de Tempel (als offerande) bestemd zijn.

Volgens Rasji:

אסורבהנאה ומועלין בוHet is verboden hiervan gebruik te maken en men moet hiervoor een schuldoffer brengen etc.: ואע”ג דקי”לאין מועלין בדמים ילפינן לה en desalniettemin is het zo dat bloed van een offer geen schuldoffer noodzakelijk maakt,  zoals wordt afgeleid קראיבמסכת יומא(דף נט :) en zoals te lezen is in Joma (59b) ובשחיטתחוליןen over de sjechieta, het koosjer slachten in Chullien (117a).

ה”מ כשנשחטובעזרה דאיכא למימרWant hieruit leert men dat wanneer er op de azara, het voorhof (van de Tempel ten behoeve van de offerdienst) geslacht werd, dat in dit geval men kan zeggen dat van toepassing is het citaat uit de Tora (Wajikra 17:11):

נתתיו לכם עלהמזבח לכפר “{Want de ziel van het vlees (van het offer) is in het bloed}, daarom heb Ik het jullie gegeven om hiermee op het altaar verzoening te doen (voor uw zielen: want dit bloed verzoent door de ziel).” (Met andere woorden:) ter verzoening heb Ik deze (mitswa van het sprenkelen van het bloed van het offerdier op het altaar) gegeven en hiervoor (dat men bloed van het offerdier gebruikt) geldt niet dat er een schuldoffer gebracht moet worden. לכפר נתתיולך ולא למעילה אבל בדם הקזהמועלין Maar voor het (eerder aangegeven aderlaten van dieren die als offer bestemd waren) en waarvan het bloed voor een ander doel gebruikt wordt, moet men wel een schuldoffer brengen. כלומר אם נהנה מביא קרבןמעילה Dit wil zeggen: indien men (van een dier dat voor de offerslacht bestemd is) een voordeel geniet (omdat men het aderlaat) dan dient men een schuldoffer te brengen. הויין הלכות פסוקות En deze wetten zijn eenvoudig (te verklaren en dus geschikt om voor het zeggen van het Sjemonee Esree, te leren).

שאין עליהן קושיות ותירוצים want hierover zijn geen moeilijke vragen en antwoorden op te stellen.

שיהאצריך להרהר בהן waarover men diepzinnig moet nadenken.

Zie halacha 7; Rambam Sefer Avoda Hilchot Meïla 2:11.

Meïla, מעילהdit wil zeggen: een schuldoffer. Het al of niet niet-intentioneel gebruik van een offer anders dan voor de rite zelf, vergt een schuldoffer ter boetedoening: zie hiervoor Wajikra 5:15

נֶפֶשׁ כִּי-תִמְעֹל מַעַל וְחָטְאָה בִּשְׁגָגָה מִקָּדְשֵׁי יְהוָה

“wanneer iemand ontrouw pleegt en bij vergissing zich bezondigt aan de heiligdommen van de Eeuwige

וְהֵבִיא אֶת-אֲשָׁמוֹ לַיהוָה אַיִל תָּמִים מִן-הַצֹּאן בְּעֶרְכְּךָ כֶּסֶף-שְׁקָלִים בְּשֶׁקֶל-הַקֹּדֶשׁ לְאָשָׁם dan zal hij als zijn schuld de Eeuwige brengen  een ram zonder gebrek van het kleinvee, ter waarde van zilversikkelen, naar de sikkel van het heiligdom, tot schuldoffer.”

Dit geldt evenwel niet voor het bloed van een offer dat men gebracht heeft. Omdat namelijk het verbod om bloed te consumeren door de Tora wordt uitgelegd in die zin dat G-d ons de gelegenheid heeft gegeven dit bloed te gebruiken en te sprenkelen op het altaar als verzoeningsmiddel voor onze zonden, zie hiervoor Wajikra 17:10 en 11.

וְאִישׁ אִישׁ מִבֵּית יִשְׂרָאֵל וּמִן-הַגֵּר הַגָּר בְּתוֹכָם אֲשֶׁריֹאכַל כָּל-דָּם וְנָתַתִּי פָנַי בַּנֶּפֶשׁ הָאֹכֶלֶת אֶת-הַדָּםוְהִכְרַתִּי אֹתָהּ מִקֶּרֶב עַמָּהּ

“En iedereen uit het huis van Jisraël en van de vreemdeling die zich ophoudt in hun midden, die ook maar een weinig bloed zal eten: op deze persoon die het bloed genuttigd heeft, zal Ik mijn aangezicht richten en Ik zal hem uitroeien te midden van zijn volk.”

כִּי נֶפֶשׁ הַבָּשָׂר בַּדָּם הִוא וַאֲנִי נְתַתִּיו לָכֶםעַל-הַמִּזְבֵּחַ לְכַפֵּר עַל-נַפְשֹׁתֵיכֶם  כִּי-הַדָּם הוּאבַּנֶּפֶשׁ יְכַפֵּר “Want de dierlijke ziel van het vlees is het bloed, maar dit heb Ik gegeven aan jullie om voor jullie op het altaar verzoening te doen; want het bloed verzoent door zijn levensziel.”

Dit bloed was dus alleen voor onze zonden te gebruiken als boetedoening, כפרא, kapara en niet als meïla. De wet dat het bloed van een offer niet onderworpen is aan meïla kunnen we terugvinden in  Chullien 116b-117a in het adagium אין מועלין בדמין, “men brengt geen schuldoffer voor (gesprenkeld) offerbloed”. Dit geldt echter alleen voor bloed dat vrijkomt bij het slachten van een offerdier.

Het bloed dat van een offerdier werd genomen door middel van aderlating voor medicinaal gebruik vergde dus wel een schuldoffer, hetgeen niet het geval was volgens de geleerden als andere producten van offerdieren gebruikt werden zoals melk en eieren.

De rabbijnen gingen bidden wanneer ze op een gepaste wijze eerbied konden betonen tijdens het gebed zoals in de Misjna wordt vermeld.

Volgens Rasji: מתוך כובד ראש כמתניתין (Onze rabbijnen leerden) in overeenstemming met de Misjna etc.: (Dit wil zeggen) met een houding van eerbied.

Omdat Tora leren de mens vreugde schenkt is het de gewoonte voor het zeggen van het Sjemonee Esree Tora te leren, zodat men in een vreugdevolle stemming het Sjemonee Esree kan zeggen. Maar het is niet goed dat een halachisch te ingewikkeld onderwerp voor het zeggen van het Sjemonee Esree bestudeerd wordt, omdat men zich anders niet goed kan concentreren.

Volgens Rasji: מתוךהלכה פסוקה כברייתא (Rav Asji leerde) in overeenstemming met de baraita etc.: (met andere woorden): vanuit de veronderstelling dat men (voor het zeggen van het Sjemonee Esree) een eenvoudige halacha moest leren.

Zie halacha 8.

Volgens Rasji:ליצנות שיחה een gesprek etc.: dronkemanspraat.

Volgens Rasji:

כגון דברי תנחומיםשל תורה כגון סמוך לגאולת מצריםאו סמוך לתהלה לדוד שהוא של שבח אלא מתוךשמחה

תנחומין כגון רצון יראיו יעשה שומרה’ את כל אוהביו

וכגון מקראותהסדורות בתפלת ערבית כי לא יטושה’ את עמו וכיוצא בהן

Maar vanuit een blijmoedige houding etc.: zoals het geval is wanneer men (de agadot van) Tanchoema leest over de Tora zoals de gebeurtenissen ten tijde van de uittocht uit Egypte of zoals de Tehila van Davied (Tehila 145) die vreugdevolle en troostende elementen bevat zoals ook het citaat (ibidem vers 19) “Hij zal de wens van hen die Hem vrezen, vervullen.” En (ibidem vers 20): “De Eeuwige beschermt hen die Hem liefhebben.” En zoals wij ook lezen in de diverse citaten die we zeggen tijdens het avondgebed (voor het Sjemonee Esree) namelijk Sjmoeël א 12:22 “want de Eeuwige zal zijn volk niet van zich afstoten” etc.

Volgens Rasji: חילוף של כובד ראשמתוך זחות לב ועתק מתוךקלות ראש

Vanuit een lichtzinnige houding etc.: het tegenovergestelde van een eerbiedige houding, dus vanuit lichthartigheid en apathie.

ספר תלמוד בבלי פרק ה מסכת ברכות

בקק”א לעווארדן